Banden

 

Ongetwijfeld is de buitenband het fietsonderdeel waar we het meest mee bezig zijn op een koersfiets.
Tenminste, als je steeds lek rijdt!
De vraag is dan onherroepelijk: wat is een goede buitenband?
Elke bandenfabrikant, dat zijn er nogal wat, brengt een verscheidenheid aan banden op de markt.
Je ziet door de banden de fiets niet meer.

Aanhef.

 

We zullen het hier alleen hebben over de banden die we op de weg gebruiken, de gewone draadbandjes.
Over terreinbanden of gravelbanden zou ondoenlijk zijn, daarin zijn nog meer verschillen.
Ook niet over e-fietsbanden, onderhand ook al een hoofdstuk apart geworden.
Wat te denken van het nieuwe fenomeen: binnenbandloze buitenbanden oftewel tubeless?

Meestal de boosdoener.

 

Goed, waar moeten we op letten bij een toerfietsband?
Is er een standaard die we blindelings kunnen gebruiken?
Helaas!
Zoveel banden, zoveel maten, zoveel misverstand en zoveel verwarring.

Maten.

 

Allereerst de diameter van de velg: normaal is dat de buitenste rand van de velg of daar nog net onder, daar begint het al!
In een Frans – of Engels systeem?
Het Franse systeem gebruikt bijv. 650 of 700 mm, het Engelse gebruikt weer 26”of 28”.
De vermelding 28” kan banden betreffen van verschillende diameter, zo kan een band van 28” kleiner zijn dan die van 27”!!!!
De Engelse meeteenheid verwijst ook naar de breedte van de band, maar soms ook de naar de hoogte ervan.
Tevens verwijzen deze eenheden naar de buitenste diameter van de band, niet naar die van de velg.
Begint het al duidelijk te worden?

Velgmaat voor draadbandjes.

 

Om deze Gordiaanse knoop te ontwarren gebruikt men een Europees systeem.
Het ETRTO (European Tires and Rim Technical Organisation) en dat geldt voor alles waar een band omzit.
Voor fietsbanden geeft het de exacte binnendiameter en dat geldt ook voor de velg.
De formule is als volgt: breedte x binnenste diameter in mm, wat voor ons neerkomt op 23 x 622, tegenwoordig al 25 x 622.
Natuurlijk zit daar ook weer een marge van enkele mm tussen, daarom gaat de ene band er makkelijker op dan de andere!

Bepaal u keuze.

 

Dan de eigenschappen van een band.
Er worden 7 eisen aan een band gesteld, maar de band die aan al deze eisen voldoet moet nog uitgevonden worden.
Daar is onze voorkeur ook debet aan en uiteraard ook de portemonnee.

Lichtheid: dat is een niet te verwaarlozen element, dit mag zeker niet ten koste gaan van comfort en weerstand.

Rendement: die moet hoog zijn, de inspanning van de fietser moet de band op de weg overbrengen.
Een slecht rendement is bijv. een slecht opgepompte band, maar ook de weg waar men over heen rijdt kan van invloed zijn.

Comfort: Voor ons hangen comfort en rendement nauw samen.
Comfort houdt verband met het vermogen om de schokken in de weg op te vangen.
In het algemeen zijn banden met weinig profiel oncomfortabeler en een breedte van 23 mm is ook beter dan die van 20 mm.
Zouden alle wegen uit licht lopend asfalt bestaan dan zou het probleem comfort niet bestaan, maar helaas…

Nooit vergeten!

 

Hechting: een band moet goede grip op de weg hebben, vooral in de bochten en onder alle weersomstandigheden.
Dit wordt goeddeels beïnvloed door de samenstelling van het loopvlak.
Het fenomeen van aquaplaning zal zich zelden voordoen omdat de fiets slechts beperkt contact heeft met de ondergrond en de snelheid te laag ligt.
Maar een nat wegdek is altijd gevaarlijk.

Slingert ergens rond in het schuurtje.

 

Lekbestendigheid: ‘geen lekke band krijgen’ is de grootste verzuchting van de fietser en dat hangt ook van allerlei factoren af.
De samenstelling van de romp van de band die uit metalen bestaat of andere omweven draden.
De dikte van het loopvlak en de slijtvastheid ervan.

Plat.

 

Levensduur: geen enkele band heeft het eeuwige leven.
De slijtage hangt af van de gemaakte kilometers, het onderhoud en
gebruiksdoel.
Tevens is het oppervlak van de weg, die bereden wordt, ook bepalend voor de levensduur.

Vouwbandje.

 

Twistpunt: hoe hard moet je de band oppompen?
Het staat meestal aan de zijkant vermeld, maar ook daarin is geen standaard.
Je kan pompen in PSI of in bars (1 bar = 14.5 PSI).
Voor banden die wij gebruiken is de minimale waarde 6 à 7 bar en een maximum van 8.5 bar.
Vouwbandjes kan je maar beter tot 7 bar oppompen.
Ook hier geldt weer de persoonlijke voorkeur.

Pompen.

 

Een band, je kijkt er kilometers lang naar en nooit geweten dat er zoveel aspecten nodig zijn om ons daar op veilig voort te bewegen.

De oplossing?

 

 

Volgend bericht

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.