Tegen

 

Je bereidt je voor om eens een dagje erop uit te trekken met de fiets.
Die wordt nog even vertroeteld en blinkend opgepoetst.
Je gaat er goed mee voor de dag komen, aan alles heb je bijna gedacht.

Fluitend en opgewekt begin je aan je tocht en de zon toont je schaduw op de weg.
Wat kan er dan nog gebeuren?
De rugzak gevuld met lekkers voor onderweg.
Het wordt een fijne rit met de wind door je wimpers.
Zo had je het helemaal bedacht!

De zon begint toch wel te branden en de goede zin verdampt daarin.
Het ongedwongen fietsen wordt nu ploeteren.
Afzien is nu het juiste woord.

 

Wat de oorzaak ook is, ineens sta je stil en plat.
Alle lucht uit de band en een laatste restje wat nog over is in de longen.
Wat nu?

 

Geroutineerd haal je het getroffen wiel eruit.
Een ongeluk komt nooit alleen, even vergeten dat je op een weg staat die naar beneden loopt.
Je wiel vervolgd gewoon zijn weg en jij er achteraan.

Tot overmaat van ramp moet je toegeven aan de vernedering om aan een automobilist een lift te vragen.
Want in je ijver ben je vergeten om een reservebandje bij je te steken.
Wie denkt er nu aan dat jou dat kan overkomen!

Abrupt komt er een einde aan de gezellige rit die je in gedachte had.
De pechduivel rijdt altijd op je schouder mee.

 

 

Volgend bericht

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.