Lillo

 

Zondag 19 juli werd het rondje Lillo gereden.
Volgens Monnie slechts 110 km, dat moet te doen zijn.
Nu maar hopen op goed weer.
De zon hoeft niet te branden en regen was ook niet zo gewenst.
We kregen het weer wat er tussen in zat en de wind mee richting Lillo.
De dagen ervoor waren Pelleboer en Armand Pien in conclaaf over de verwachten buien.
Die bui kwam er, maar toen zaten we al hoog en droog thuis.

Verzamelen.

 

Verzamelen op de Griete en menigeen was blij toch iets warms te hebben aangetrokken.
Zelfs een regenjasje werd nog aangetrokken.
Ruim op tijd waren we bij het pontje en we waren niet de enige.
Allengs kwamen meer mensen om over te varen, zelfs een Belgisch gezin met een soort van bakfietsen.
De kinderen waren nog niet echt wakker.

We waren op tijd.

Wachten duurt het langst.

Nog geen zon te zien.

Kapje bij je, die heb je niet nodig als je aan dek blijft?

Kijk uit, glad dek!

Op weg naar de andere kant.

Hangt de fiets wel goed?

De achtergrond was nog grijs.

Een echtpaar.

Die boot was iets groter.

Weinig warmte, wel mooi.

 

In Hansweert stonden ook al fietsers te wachten, het was gewoon druk.
Het was even wachten op Irma, want die moest haar zware fiets naar boven zien te krijgen.
Na een rondje door Waarde verder aan de zoute kant.
Het bleef daar fris.
Hoe meer we het Brabantse land naderden, hoe warmer het werd, de zon kwam er door.
Door Ossendrecht België binnen, daar duik je gelijk het berdrijventerrein in.

Door het industrieterrein.

 

Het fietspad was goed te doen als je dat gewoon blijft volgen.
Op de Zandvlietsluizen raakten we even de weg kwijt, zelfs voor de Belgen was het daar even zoeken.

Aankomst Lillo.

Daar zaten we.

Roept u maar?

Zij hield de fietsen in de gaten.

Geen anderhalve meter!

De glazen parmant op tafel.

Altijd maar die telefoons!

Smakelijke hap, we waren er aan toe.

Verzadigd naar de andere pont.

We gaan weer verder.

Daar komen de schutters!

 

Hoera, Lillo werd bereikt.
Daar moet je wel wat voor over hebben, zeker een kilometer slechte kasseien.
Het was maar goed dat Monnie al een tafel gereserveerd had bij restaurant ‘t Pleintje want het was druk.
Na de lunch en andere versterkingen op weg naar de waterbus, een afstand van nog geen 200 meter.
Geen toegang zonder coronamasker.

Passend bij haar staartje.

Wie zijn zij?

Onherkenbaar.

De Waterbus.

Wachten op de waterbus.

Net bankrovers.

Wie zit er achter dat masker?

 

Op het terras smeerde ik nog eens goed mijn neus in met zonnebrand van Monnie.
Dat veegde ik natuurlijk weer af aan dat masker.
Trouwens in België zijn ze streng, maar de 1,5 meterregel kennen ze daar niet.
Hutje, mutje op de boot.

Lillo erop en in Liefkenshoek er weer af, het duurde nog geen vijf minuten.
Daarna op weg naar de Nederlandse grens en de ‘Bourgondiër’ voor een laatste drankje.
Dat hadden we na 115 km wel verdiend.

Even aanleggen bij de ‘Bourgondiër’.

Dorstlessend.

Een moment rust.

Kilometers gemaakt?

Even ontspannen.

 

Daar waren ze wel streng, er mochten maar vier man aan een tafeltje.
Dat was tegen onze gewoonte.
Om de rit nog degelijk af te ronden gingen we nog even over de Pouckedijk, wind tegen.
Trouwens de wind stak flink op en het bleef gewoon droog.

Op de Zaamslagsedijk kwamen we een elektrische vrouw tegen met een harig keffertje in een mandje die om ruimte riep, verder dan de graskant konden we niet.
Het laatste stukje naar St. Anna begon al zwaarder te wegen en eenmaal thuis stond er 132 km op m’n teller.

Dat krijg je met die zon, de kilometers zetten dan uit!

 

 

Volgend bericht

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.