De Berg der Winden

 

Mag een opa trots op zijn kleindochter zijn?
Natuurlijk!

Haar prestatie deed die van mij verbleken.
De beruchte berg zien, inschatten en naar boven fietsen.
Dat deed ze.

In het voorjaar ben ik regelmatig met m’n kleindochter wezen fietsen, steeds verder.
Onder alle omstandigheden en onderweg spraken we over van alles en nog wat.
Zo ook over die vermaledijde berg.
‘Dat ging ze nooit doen’, was haar stellige antwoord.

Er werden meer boude uitspraken gedaan, maar eenmaal de berg in aanschouw genomen sluipt de twijfel toch bij haar binnen.
Hier in Zeeuws-Vlaanderen kennen we maar één hoogte, het viaduct van Schapenbout.
Dat is nu een lachertje voor haar geworden.

Mijn kleindochter van zestien ging op 3 augustus haar strijd aan.
Ze had al een klein stukje op de flank van die berg getraind.
Poeh!

Daar was opeens de drang, ze zou en moest de Mont Ventoux op.
Alles moest wijken, auto’s incluis.

Hier haar relaas; een strijd van kunnen.

Enigszins onvoorbereid( wanneer ben je wel voorbereid?) en vrij plotseling was vandaag, zaterdag 3 augustus, de uitverkoren dag om de zo genoemd winderige berg te beklimmen.

Eerst ging ik de berg af naar de voet, om vervolgens dezelfde weg terug op te klauteren.
Beneden, vlak voor Malaucène, begonnen mijn vader en ik aan de klim van de Mont Ventoux.
Mijn vader voor de achtste keer en ik voor de eerste maal (die maandag vanaf de camping naar de top tel ik niet mee).

Ik fietste wat sneller dan dat ik, achteraf gezien, had moeten fietsen.
Ging mijn vader achterna.
Al snel zat ik hijgend op de fiets met terughoudende gedachten.
Ik zat al op mijn lichtste blad en voelde me als een slak die tegen een tafelpoot opkroop.
Papa vervormde in de verte in de sidderende, warme lucht en werd na een tijdje opgeslokt door een bocht.

Nadat ik een poos in een constant tempo gereden had, merkte ik dat het beter ging en kreeg ik weer positieve gedachten betreffende de verdere klim.

De strijd tegen jezelf.

 

Sommige medefietsers die afdaalden, knikten mij bemoedigend toe, terwijl anderen hun blik strak op de weg gericht hielden en mij achterlieten in mijn eigen strijd.
Af en toe kwam ik platgereden insecten tegen die op een ongelukkig moment hun vleugels waren gaan drogen.

Door mijn constante en soms onregelmatige gehijg stampte ik, samen met tjirpende krekels en voorbij razende auto’s, mijn hoofd op een gegeven moment vol.

 

Het was daar en toen.
Mijn gestreef van de vorige kilometers was alweer vergeten.
Na elk paaltje wat de nog af te leggen kilometers aangaf, had ik weer goede moed.


 
Nog 13 kilometer tot de top met een stuk van 6%!
Nog 12 kilometer tot de top met een stuk van 8%!

 

 

Hoe verder ik kwam, hoe meer ik te zien kreeg van de bergen in de verte, met hun blauwige gloed.

Zo zag Monnie de berg.

 

Nadat ik het paaltje die aangaf dat er nog 3 kilometers gezwoegd moest worden was gepasseerd, was daar plotseling een waterbron.
Die werd me aangereikt in een plastic fles vanuit een auto met Nederlands kenteken.
De bestuurder opperde om het water over me heen te gieten in plaats van dat op te drinken, dus ik plensde het verkoelende vocht over mijn verhitte en (denk ik) rood aangelopen gezicht.
Daarna nam ik gulzig nog een paar slokken, terwijl de ogen van de andere inzittenden mij aanstaarden.
De bemoedigende woorden van de man drongen moeizaam tot mij door en met een bedankje zette ik vol energie mijn strijd voort.

Na mijn moeder gezien te hebben in één van de laatste bochten (ze reed ons stilletjes tegemoet met de auto om op verschillende plaatsen ons op te wachten met haar telefoon in de aanslag), reed ik met iets meer snelheid de laatste meters.

Eindelijk de top.

 

Eenmaal boven stond mijn vader me al op te wachten en toen het tot me doordrong dat de strijd toch echt gestreden was, begon het euforische gevoel me te overmannen en dacht ik tijdens de afdaling alles aan te kunnen; wat natuurlijk slechts schijn was.

Het is zo goed rusten.

 

Even later, weer aangekomen op de camping, plofte ik in mijn stoel en keek ik voldaan naar de top waar ik juist vandaan kwam.

Myrthe

 

Mag je dan als opa trots zijn?

 

Comments

  1. Monnie IJsebaert says

    Een trotse opa mag je gerust zijn. Mooi stukje Rob over de prestatie van je kleindochter. Moet in de Visman genen zitten.

Volgend bericht

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.