Zomertoer

 

Onder herfstachtige omstandigheden begonnen zeven leden aan een zomertoertje.
Pontje – Pontje Oost.
Het miezerde van de Griete tot aan het pontje en weerstation Monnie gaf steeds lagere temperaturen aan.
Vele mopperden omdat er te weinig warme kleding aangetrokken was.
Volgens de weerberichten zou de wind minder worden, daar merkten we niets van.

Wel veel aan, hè.

 

Inge schaamde zich er over dat ze op 15 juli zo ingepakt een tochtje ging rijden.
Monnie had slechts korte mouwen en had het niet koud.
De kippenvel op zijn armen konden makkelijk wedijveren met de grootste cols in de Pyreneeën.
M.a.w. geen zomerse toestanden, al was de stemmig gelukkig wel zonnig.
Een enkeling gromde dat als het weer aan de overkant hetzelfde was hij met het pontje weer terug ging.

Wachten op de reisleider.

 

De wegwerkers waren nog volop bezig bij de Griete.
We besloten dus maar aan de zoute kant te fietsen, dan moet je wel de trap op!

Naar de zoute kant omhoog.

En weer omlaag.

 

We kwamen ruim op tijd aan en dat werd dus wachten.
De vraag was; zou het bootje wel gaan, want het was laag water.

Ligt wel veel blubber!

Zou die gaan of niet?

Het schuilhokje.

Schuilen in het hokje.

Keurig in het gelid.

Nog een petje?

Uitzicht.

Triest beeld van een nat dek.

 

Toen we van boord gingen was het zowaar droog, voor even althans.
Boven stond een sportief echtpaar te wachten en lachten ons bemoedigend toe.
Sluizen en bruggen, het zijn net puzzelritten.

Steeds maar weer klauteren.

Met een sportief echtpaar.

 

Aan de zoute kant van Zuid-Beveland reden we richting België en we konden nu onze eigen overkant bekijken.
Bij Waarde moesten we even aan de zoete kant en kregen we van achteruit de mededeling dat de waarde nog maar 14,1 graden koud was.
Waar waren we aan begonnen?
Toch is de Schelde aan de overkant anders en mooi.
De uiengeur omringde ons.

Einde weg en Zeeland.

 

Natuurlijk is de overgang van Zeeland naar België geen rechte weg.
Zo langs de voet van de Zeeuwse dijk fietsen ging over goede wegen.
Dat veranderde in België, heel veel betonbaantjes.
Ondanks dat er wat aan de fietspaden gedaan was, vreesden we wel voor onze bandjes.
Het werd ook zowaar droog.
De fietspaden slingerden alle kanten op en ze gingen het liefst over vele drukke wegen waar veel vrachtverkeer overheen denderde en listige spoorovergangen op je wielen loerden.
We moesten de trein zelfs voor laten gaan en die stopte zodanig dat de bellen bleven rinkelen en de rode lampen maar knipperden.
We zijn maar doorgereden.

Lang wachten voor rollend materieel.

Dat duurt toch?

 

Het havengebied is imposant met allerlei bezienswaardigheden.
Al is het wel een gekrioel van vrachtwagens, schepen en kranen.
We mopperen wel eens op de aanduiding op onze sluizen.
In Antwerpen kunnen ze er toch een voorbeeld aan nemen.

Kasseien en ganzen.

Straatje in Lillo.

Het reddende café.

De stemming bleef erin.

Opwarmen!

Conversatie.

Het café van de andere kant.

Dat zal maar aan je deur hangen!

Fort Lillo?

 

Eindelijk een bord met pijl richting Lillo.
Daar kwamen we op een kasseienstrook terecht die in de Parijs – Roubaix niet zou misstaan.
We hotsten en botsten daar overheen, onderwijl ook een troep ganzen ontwijkend.
Daar lag Lillo en er was een café en die was open.
Hoera!
Eindelijk was er dan koffie, al was het maar om op te warmen.

Dat sterkt de mens.

 

De keuken was ook open en al gauw werden er uitsmijters en croques besteld, daar waren we wel aan toe.
Ik zat al op de spaarbrander.

De afdaling.

De afzink.

De Waterbus.

Even wachten.

Even poseren.

Zo stond ze erop.

Blijf nu even stilstaan.

Snelle afvaart.

Genieten van het uitzicht.

Als ik de lichten van de Schelde ziet.

We houden de moed erin.

Je moest hier je fiets zelf ophangen.

Er moest betaald worden.

Braaf op een rij.

Alweer ergens tegen op.

Een flinke klim te voet naar boven.

 

Daarna het pontje op.
Ze houden daar wel van een lange toegang naar de steiger met een flinke afdaling.
Met aan de andere zijde precies hetzelfde, voor ons een stijging.
Als je niet op tijd afremde, zat je zo in de Schelde.
De boot is ook razendsnel, terwijl de laatste nog moest afrekenen ging de eerste al weer van boord.

Bewijs van de pontjes.

 

We waren weer aan de linkeroever bij Liefkenshoek.
Wie kwamen we daar tegen?
Het stel dat bij Hansweert stond te wachten om aan boord te gaan.

Na nog wat wenden en keren door het havengebied en de juiste overgang vinden van de brug die we over moesten, reden we eindelijk weer de polder in bij Kieldrecht.

Wat een verademing.
Gelukkig hadden we Chiel als postduif anders waren we reddeloos verloren gereden in de wirwar van fietspaden van dat havengebied.

Richting Nieuw-Namen reden we ineens achter onze schaduw aan.
Monnie meldde dat het al 18 graden was en Inge begon te puffen.
Ze hield een nette striptease, Lia deed alleen haar mouwstukken af, terwijl Monnie opgewekt verkondigde dat hij nu juist gekleed was.

Inge kreeg het te warm.

Lia ook.

De toestand van de peren werd besproken.

 

Het was nu rechtstreeks richting Terneuzen, er reden geen Axelaars mee.
Zo’n havengebied heeft niet mijn voorkeur om te fietsen, toch hebben we een leuke tocht gedaan.
Dankzij Chiel die uitstekend de weg wist, bedankt.

 

Volgend bericht

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.