Oude doos 08

 

Hoort dit verhaal ook in de categorie: oude doos?

Soms komt het onderwerp nog weleens ter sprake.
Iets van herkenning zodra die naam uitgesproken wordt.
Vooral onder de wat oudere leden en zeker als we daar in de buurt rondrijden.
Kilometers werden afgelegd om dit wonder van verval te bekijken.

Niet zo uitnodigend.

 

Daar een pint drinken was pure opoffering, alles was gewoon vies.
We hebben het hier over het legendarische café ‘De Reisduif’, dat op de hoek van de Warandestraat en Vaartstraat stond in het plaatsje Hansbeke.

Verval!

 

Door al die aandacht verloor het zijn gemoedelijkheid.
Het veranderde in een bezienswaardigheid en werd steeds meer een toeristische attractie.

Fotografische deernis.

 

Busladingen met chique dames uit Brussel die verbouwereerd naar dit stuk bouwvalligheid kwamen kijken, zich vergaapten aan hoe die mens zo kon leven.
De uitbater Léon van Renterghem (1932 – 2009) aanschouwde dat allemaal onbewogen aan.

De Léon.

 

Johan Verminnen heeft er nog onsterfelijke woorden over gezongen.
Wij gruwelden ervan dat zoiets smerigs nog mocht bestaan.

 

‘Rond de Leuvense stoof
onder rood gebakken pannen
is gezelligheid een woord
dat zacht aan je tong blijft plakken
Niet uit glazen, maar uit flessen
kan je daar je dorst gaan lessen
bij Leon en bij zijn ma
Cyriel Buysse achterna’

Léon, voor zijn klanten, droeg een tuinbroek die zo vol smerigheid zat, dat als hij eruit stapte de broek gewoon bleef staan.
Soms keek je zo tot zijn ‘kroonjuwelen’.

Het interieur met de stoof.

 

Opgeruimd was het er ook niet.
Overal kon je wat vinden en overal stond wat.
Een gecontroleerde bende.

 

 

Zet het maar naast die fiets.

 

Het afgeleefde veldcafé is nooit een gelikt etablissement geweest, afgebladderde verf, verzakte deuren en raamluiken, vergeelde affiches van kermissen die al lang voorbij zijn, een tent waar de oorspronkelijke kleur niet langer meer te achterhalen is, terrasmeubilair dat al in geen maanden een natte vod meer gezien heeft.

Bierdoppen en kroonkurken.

 

Een oprit die voorzien was van ontelbare bierdopjes, diep ingetrapt door de voeten van de vele clientèle en fietsers.
Mijn vrouw waagde zich daar niet op, bang voor haar bandjes.
Ze bezag dat allemaal van een veilige afstand.
‘Voor geen goud’ ging ze daar naar binnen.

Ongeloof.

 

Ze ging er zeker niet voor het toilet!
Dat alleen al was een bezienswaardigheid.
Niet voor dat gat in de plank, meer voor de hoeveelheid vliegen dat zich daar bevond.
Die wilden er niet in, maar er uit!
Dat toilet lag bovendien om de hoek in een stal en was alleen bereikbaar langs een paadje tussen de mestvaalt en de runderstal.

 

Dat alles bescheten door verdwaalde (reis)duiven die op het dak zaten.
Die zich door de ontbrekende of verschoven dakpannen de zolder vrijelijk in- en uitvlogen.
Ze bekakten hele dagen het pannendak en in één adem ook de stamgasten die zich ‘s zomers rond de terrastafels schaarden.

Alle duiven op het dak.

 

Na het overlijden van de kroegbaas stond het café lange tijd leeg en verkrotte het steeds meer.
Toch had het nog antieke waarde en zijn er mensen die het een ideale plek vinden om er in te wonen en het terug opbouwen.

Wachten op herstel!

 

Echter niet meer als café.

 

Volgend bericht

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.