Grauw

 

De nacht komt op kousenvoeten aan, iedere dag sluipt het wat vroeger naderbij.
Het licht dat verdwijnt bij het korter worden van het jaar.
De ochtenden langer worden door de duisternis dat zich moeilijk laat verdringen.

Langzaam glijden we naar de gure dagen.
Alle warme fietskleren komen weer uit de kast tevoorschijn.
Mogelijk moet er nog wat aangepast worden of bij besteld.

Koud hè.

 

Hielden we al die elektronische weersvoorspellers in de gaten tijdens de zonnige dagen, dat is voorlopig voorbij.
De winterstanden worden nu met argusogen bekeken.
Een beetje wit of een dwarrelende vlok is al voldoende om als wegrijder de fiets in de schuur te laten.
Sommigen brengen het naar zolder om daar aan de koersfiets te gaan knutselen.
Bezig om voor het volgende wegseizoen klaar te zijn.

Glibberen.

 

De veldrijders beginnen dan pas in hun element te komen.
Het weer kan niet weerbarstig genoeg voor hen zijn.
De blubber moet minstens over de velgen lopen en hun gezichten bespikkelt met blubbersproeten zijn.
Tot zij beginnen te mopperen dat de omstandigheden verslechteren en de wegen weer begaanbaar worden.

De wegfietser ruikt dan weer zijn kans en gaat zijn opgeknapte fiets uitproberen.
Doet ondertussen al wat warme kleding uit, zet zijn zonnebril op en tuurt naar de blote wegen en lege polders.
Langzaam kruipen we weer toe naar de mildere dagen.

Tot dan bezien we de koude wereld vanachter het glas of een glas!

 

Volgend bericht

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.