Sorpetal

 

Je hoeft de Duitse taal niet machtig te zijn om een fietsroute in dat land te maken.
Een snel oog is wel gewenst, de Duitsers vermelden al de routes het liefst op één paal.
Daarnaast nog een aantal bordjes en je ziet door al die aanwijzingen de route niet meer.

Welke? Wandel – of fietsroute.

 

De eerste dag had ik er moeite mee en volgde steeds de verkeerde bordjes wat inhield dat ik wel kilometers maakte maar geen enkele route.
Het zijn wel dikke banden ritten.

De onderste was het. Niet de bovenste want dan kom je ergens anders uit.

 

Door al dat draaien en keren op mijn verkenningsrondje brak ik een spaak in mijn achterwiel en daar heb ik de rest van de ritten mee rondgereden.
Ach, ik ken mijn krachten niet!

Die van mijn vrouw wel, dus het was even uitzoeken of ze dat wel allemaal aankon.
Op een folder stonden een paar enthousiaste fietsers die lachend deze route reden.
Dat zou een geschikte ronde voor haar zijn.
Vergeet het maar!

Het lachen zal ze vergaan!

 

De route die ik de volgende dag ging fietsen, werd gekenmerkt door verschillende omstandigheden.
Nu kunnen de Duitsers er niets aan doen dat het halverwege de rit begon te stortregenen.
Laat ik nu net geen regenjas bij me hebben en de spatborden in de auto laten liggen.

Natte boel.

 

Daarvoor was het een leuke route over alle soorten wegdek, mooie uitzichten, lieflijke dorpjes en moest je soms zoeken waar ze dat bordje opgehangen hadden.

Asfalt.

Daarna steenslag.

Even een foto maken.

Mooi gebied.

 

Maar zoals al reeds gezegd, je maakt ook overtollige kilometers.
Bij Wulwesort werd je een eind het bos ingestuurd voor je het in de gaten kreeg dat er geen aanwijzingen meer kwamen.

Duitsers en bordjes; de pijlen die er op staan zijn allemaal recht en alleen schuin als de weg die je volgt van richting veranderd.
Een kromme pijl zou verhelderend werken, maar ja Duitsers zijn rechtlijnig.

Het te volgen bordje en de rechte pijl.

 

Schuilen in een kapelletje langs de weg ging niet, daar stond al iemand in die de kaarsen vernieuwde.
De boom ernaast hield nog maar weinig tegen.
Zo ploeterde ik vort terwijl de regen in straaltjes langs mijn rug liepen.

Niets te schuilen.

 

Dan rijd je door een lieflijk dorpje, volgt keurig de pijl en krijg je een helling te verwerken waar menig toerfietser zijn tanden op stuk zou bijten.
Ik zie die lachende gezichten van dat stel op die folder nog voor me.
Halverwege moest ik van de fiets af, ik werd ridder te voet.
Op het moment dat ik stil stond werd ik aangevallen door een zwerm horzels die me volledig lek prikten.
Al wrijvend en krabbend in draf de helling opgelopen, ze bleven me achtervolgen en belagen.

Daar tegen over staan natuurlijk ook heerlijke afdalingen, jammer dat ze zo gevaarlijk waren.
Ze voerden vaak langs smalle straatjes waar veel uitritten op uit kwamen of de ondergrond was zodanig dat je heel voorzichtig moest zijn.

Het laatste stuk naar mijn gasthof sopte ik in mijn schoenen en was de weg veranderd in een beek waar het water lustig over heen stroomde.
Putten en gaten bedekkend.
De eigenaar van het gasthof keek me meewarig aan en ik had geen trek meer in bier!

Wat een uitzicht.

 

’s Anderendaags weer op de fiets gestapt.
Ik ging nu hellingen bedwingen.
Dat leerde me gelijk om de juiste versnelling te vinden.

Het zonnetje scheen volop, de straten en wegen waren alweer droog.
Eerst naar Altastenberg, dat ging lekker naar boven en soms een stukje naar beneden.
Vanuit dat dorp weer terug omhoog om dan naar Siedlinghausen af te dalen.
Daar weer omkeren en de 10 km lange helling op het gemakje volbrengen.

Soms even van de fiets af.

Terug naar boven.

 

De weg had ik meestal voor mij alleen.
Tot de momenten dat motormuizen me brullend en snerpend voorbij schoten, mij achterlatend in walmen van uitlaatgassen.
Het was zo’n gezonde omgeving!
De enigen die me bewonderend aankeken waren de koeien.

Zonder die motoren kon je de stilte horen.

 

Eenmaal over de top heen een lange afdaling voor de laatste helling terug.
Halverwege zou Annelien me opwachten om samen naar Winkhausen af te dalen om van daar naar ons gasthof in Obersorpe te klimmen.
Ze wist nu ook de juiste versnellingen te gebruiken.
De hellingen zijn geen echte kuitenbijters, maar je bent wel blij als je boven komt.

Altijd uitkijken.

Omlaag…

…en omhoog.

 

Een enigszins vlakke rit is die van Finnentrop naar Eslohe en die over een oude treinbaan gaat.
Je moet dan door een treintunnel van 680 mtr. lang waar vleermuizen in hangen.
Het was daarbinnen donker genoeg om niets te zien.

Tot aan die Fledermaustunnel ga je licht naar boven om dan weer af te dalen.
Eenmaal weer dezelfde weg terug hoef je na die tunnel nog maar weinig te trappen.
Dat is ook eens een fijne gewaarwording.
Daar werden we hoofdzakelijk door e-fietsers voorbij gezoefd, sporadisch kwam je gewone fietsen tegen.

Oude treinweg.

Uit de Fledermaustunnel.

Halen ze de rails weg, vergeten ze een wagon!

Een forse klim, dus even te voet.

 

Het is daar in het Sauerland leuk fietsen als je maar de juiste bordjes volgt.

 

Volgend bericht

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.