Afzien

 

De woensdagmiddagrit ging naar ‘De Kneut’ in Hijfte (Lochristi), nu kon het nog.
Volgende week begint de Sterritten-competitie weer.

‘De Kneut’ in Hijfte. Foto: Johan Schmitt.

Even naar het vogeltje lachen…. Foto: Johan Schmitt.

 

In het café aldaar werden de heroïsche verhalen over de tocht van afgelopen zaterdag weer verteld.
Het enige woord wat steeds de boventoon voerde was: afzien!
Hier volgt het relaas van die enerverende tocht door een deelnemer.

Het toerbriefje van TC Axel vermeldde voor 25 maart de toertocht Melle-Berendries-Melle met start op het Dorpsplein in Melle.
Deze rit kun je rangschikken onder één van de zwaarste, zo niet de zwaarste die dit jaar op het toerbriefje van TC. Axel zal staan.
Dan hebben we het niet over het aantal kilometers, maar meer over het aantal pukkels die er in zitten.
Er is geen stukje weg vlak!
In deze toertocht waren o.a opgenomen de Berendries, Valkenberg, Léberg, Elverenberg en nog wat van die pukkels die je hoort noemen in de Vlaamse Wielerklassiekers.

Zat niet in de bidon.

 

Enkele weken vooraf aan deze toertocht waren er al enkele leden in training gegaan tijdens de Eendrachttocht vanuit Gontrode, maar deze rit staat in een schril contrast met deze rit.
Een hele mooie rit overigens.
In zwaarte een behoorlijk stuk minder ondanks het vele vals plat en enkele klimmetjes.
Maar op de bewuste zaterdag, de dag waar al weken naar was uitgekeken, konden wij aan de bak.
Na Henk te hebben opgehaald gingen wij richting Axel Hofplein, de vaste startplaats voor Toerclub Axel.
Bij aankomst op het plein stonden er al heel wat te wachten, iets waar ik blij van wordt.
Met een aantal leden een mooie rit rijden waar afzien met vette letters moet worden geschreven, super.

De weersvoorspelling voor deze dag was prima.
Een zonnetje, jammer van de koude noordoosten wind, maar we hadden er zin in.
De wagens gestart en op weg naar Melle waar we bij aankomst direct de indruk kregen dat het wel eens zoeken zou worden naar een parkeerplaatsje.
Na even wat zoeken hadden we een plekje gevonden, daar hadden wij al meer gestaan.
Na de fietsen te hebben klaar gezet en de koersschoenen te hebben aangedaan op weg naar de inschrijving.
Na te hebben ingeschreven, gingen wij op pad richting Brakel.
De heilige grond voor de Belgische wielerklassiekers met een berg pukkels.
Ja, een berg pukkels en er zijn er daar veel van en geen stukje weg is daar vlak.

De Berendries.

 

Vooraf was er te kennen gegeven dat we rustig zouden vertrekken en te wachten waar nodig.
Onder het genot van een fris zonnetje en een toch wel stevig briesje tikten de kilometers weg onder onze wielen.
Na wat heuveltjes en 28 kilometer verder was hij daar, de ‘Berendries’.

Berendries.

 

Voorzien van een mooi geasfalteerd wegdek, maar ondanks het mooie wegdek een echte kuitenbijter.
Het was diep gaan om boven te komen en ik was hierin niet alleen.
De snelle klimmers stonden boven netjes op de mindere goden te wachten.
Snel een banaantje naar binnen werken en zodra we compleet waren op naar de volgende beproeving.
Dat was de Elverenberg, maar dat deed geen zeer meer.

Elverenberg.

 

Zo kwamen we aan bij de controle taveerne ’t Hoekske.
Dit was de verzorgingspost en we hadden ondertussen wel trek in een bakkie.
Toen we daar binnen kwamen, waren Cathy en Johan alreeds aanwezig.
Zij reden een kortere afstand en hadden ons voor de Berendries al verlaten.

Nogmaals de Berendries.

 

Tijdens de koffiestop kwam ook Nab binnen, die was al vroeg gestart en had in tegenstelling tot ons er al 63 km opzitten.
Wij hadden er net 32 km gemaakt.

De lus die wij nu moesten gaan rijden was best pittig, vertelde hij ons.
Maar de stemming in de groep was uitstekend en niemand kon hier iets aan veranderen.
Zwaar, moeilijk, hoog, we zaten in een flow.
Na deze korte stop vertrokken wij nog steeds goed geluimd op weg met een heerlijk zonnetje.
De mouwtjes konden uit.
Het werd en was inderdaad een zware lus van nog eens 32 kilometer, maar de stemming bleef steeds uitmuntend ondanks de vele zweetdruppeltjes.
In deze lus was geen stukje vlakke weg meer opgenomen en al snel doemde de Valkenberg op gevolgd door weet ik hoeveel andere pukkels.

De Valkenberg.

 

Al ging bij sommige langzaam het licht uit, er werd nog steeds gelachen en genoten van de mooie rustige omgeving en natuur.
Echt een mooi gebied om te rijden, op mijn motor doet het minder pijn maar het geeft denk ik minder voldoening.
De kilometers tikten weg en nu kwam de Leberg in zicht, die lag namelijk pas op het einde van de lus.

Profiel Léberg.

 

Ook die werd gewoon genomen en konden we weer terug op weg naar de controlepost taveerne ‘t Hoekske.
Daar aangekomen was het een stuk minder druk dan bij ons eerste bezoek.

We konden allemaal rustig zitten tot de dame achter de controletafel ons vroeg of we haar kaal poesje eens wilden zien!
Dat was toch even schrikken en ik dacht: het zal toch geen selfie zijn?
Maar nee, het bleek een of andere kale kat te zijn waarvan ze een aantal foto’s op haar telefoon had staan.
Na daar wat gedronken te hebben en wat stukjes banaan te nuttigen, werd het tijd om verder te gaan.
We moesten tenslotte toch weer uitkomen in Melle.

 

Een ding wisten wij zeker; het zwaarste hadden we gehad.
Alleen de wind, die hadden we richting Melle vol in de snoet want die kwam uit het noordoosten.
Achter de brede rug van Jean Paul (geintje) en de altijd stevig doortrappende Elize kwamen we zoals verwacht zonder problemen aan in Melle.
Wij hadden een fijne rit gereden, geen lekke banden of verder ongemak.
Nee, onze fietsjes hadden zich kranig geweerd.

Allemaal bedankt voor deze fijne dag, want ook al was het zwaar ik heb echt genoten.
De zondagmorgen ben ik heerlijk, met de club, de beentjes los gaan fietsen.
Die gedachten hadden degene die zaterdag van de partij waren ook.

Monnie IJsebaert.

Volgend bericht

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.